De Bokrijklopers

Logo

Voor de meer sociale loper

 

 

Home >> Actueel >> 2012 >> Compostella

Op weg naar Santiago de Compostella

 

 

Troyes, dinsdag 29 mei 2012, rue de le république.

Oeps,
Vandaag is onze zevende dag op weg naar SdC dus : rustdag.

Vooreerst : het gaat ons goed, prachtig weer, mooi traject, niet teveel pijn aan ons zitvlak en , hoe kan het anders, toch wel zware benen.
Het fietsen met pak en zak (ongeveer 25 kg per persoon) vraagt toch wat aanpassing, vooral bij het bergop fietsen. Het duurt meestal niet lang alvorens de verzuring zijn werk doet. Mede door het uitmuntend weer heeft de route vanaf Maastricht door de Ardennen, de slagvelden van de eerste wereldoorlog en de graanschuur van Frankrijk ons prachtige landschappen opgeleverd. De Ardennen doortocht was zwaar: nog niet echt ingereden en constant steigen en dalen (korte neidige klimmetjes uit de verschillende dalen). Vanaf Bastogne ging het vloeiender en licht dalend richting Abdij van Orval. Eens de Franse grens gepasseerd werden we geconfronteerd met het historisch gegeven van de WO1: talrijke kleine kerkhoven, mini musea en zelfs een autenthiek legerkamp met slaapplaatsen, oorlogstuig, enz..  Ook verrassend : enkel rurale dorpjes met enorme kerken : basiliek van Avioth en deze van Epine. Verder zuidelijk (van Châlon-en-Champagne naar Troyes) werden we ingedompeld in weidse graanvelden. Het enige dat hier de aandacht trok was de stilte en het geluid van de vogels. In deze regio zorgt men er best voor om voldoende bevoorrading bij de hand te hebben : zo reden we maandag bijna 100 km alvorens we een bistro vonden (enkele pintjes soldaat gemaakt).

Reeds dagen maakt het frisse lentegroen een aangename indruk op de twee 'pédalleurs' maar toch blijven de talrijke contacten met andere fietsers, wandelaars en nieuwsgierigen dieper in ons geheugen geprint. Op elke camping zijn we SdC-gangers tegengekomen en werden zeer boeiende verhalen en ervaringen uitgewisseld (bij terugkomst meer hierover). Jean-Pierre is, zoals altijd, goedgemutst en ik ben door zijn enthousiasme aangestoken. Toch een min-puntje van mijn reisgezel : het ruime repertoire van nachtelijke geluiden in ons mini-tentje.

Maandagavond (gisteren dus) hebben we onderdak gevonden bij de familie Rousseau (verre familie van ...) : twee kranige oudjes, beiden de negentic gepasseerd, die ons letterlijk in dewatten, of moeten we zeggen champagne, hebben gelegd.  Méér dan waarschijnlijk wordt het vandaag tijdens de avondlijke uurtjes nogmaals van dat ! Houten koppie, nietwaar Jean-Pierre ?

Voorbije zaterdag was het bovendien de 65ste verjaardag van JP met als gevolg : bezoek van Agnes, Roger en Danielle. Lekkere BBQ in het centrum van Varennes-en-Argonne. Nadien afscheidskusjes en toch vrij vroeg onder de wol.

Oh ja, wat afstand en tempo betreft : tijdens de eerste zes fietsdagen peddelden wij 527 km of gemiddeld iets meer dan 85 km per dag.
Hierdoor nemen wij wat voorsprong op het geplande schema waardoor wij in Spanje (Camino del Norte) wat meer reserve-tijd ter beschikking hopen te krijgen.

Dat is voorlopig alles.
Oh ja de blote duik in het propere maar koude riviertje was ook niet te versmaden.

Groetjes van de beide overtuigde pelgrims (!),

Jean-Pierre en Albert

Reactie van onze hoofdredacteur :
Proficiat aan de moedige doortrappers. Het is echter algemeen geweten dat bij het lopen van een marathon er zeker niet de eerste kilometers te snel mag gelopen worden. Het is een verkeerde opvatting te denken om in het begin wat even reserve te nemen om het daarna wat rustiger aan te doen. Dat heeft meestal op het einde een negatief effect. De laatste kilometers van een marathon zijn de moeilijkste zeker als je overmoedig wordt bij het vertrek. Hetzelfde is er nu ook bij deze fietstocht, tracht niet te overmoedig te zijn in het begin van je tocht. Wij duimen er natuurlijk voor dat je op tijd in SdC aankomt maar we kunnen het toch niet onkennen dat er een lichte twijfel is gerezen.

Route

 

 

Pelgrims spelen op weduwschap

 

 

Het is nu week 2 en onze pelgrims spelen nu al op weduwschap.

Alhoewel ze goed zijn gestart begint nu het weduwschap reeds parten te spelen.
Dit gaat zeker niet goed aflopen.

Maandag, 4 juni, La Souterraine.

Dag 13.

We hebben ondertussen 1041 kilometers achter de kiezen (of beter gezegd, in de pedalen). Nog 1500 te gaan.
Na een periode van windstilte en lekkere zon zijn de fietsomstandigheden lichtelijk veranderd.
Het gezegde 'leven als god in Frankrijk' dient stilaan geïnterpreteerd te worden als 'leven met Sint-Jacobus in 't vagevuur'.
De zonnecrème en open mouwtjes hebben plaats geruimd voor motregen, windstpppers en regenjasje. Het zweet moet de duimen leggen voor de druipende neus.
De volgende dagen zijn de weergoden wellicht ook niet echt aan onze zijde (spijtig dat er in Hasselt geen clarissen niet meer zijn want dan kon een of andere goede ziel er enkele eieren afleveren).

Na de rustdag in Troyes (zie eerste verslagje) hebben wij onze route city-hoppend ingedeeld : van Troyes naar Auxerre, verder naar Vézelay, dan Nevers, Saint Amand Montrond en dus nu La Souterraine.
Op een dagje na was het elke dag 'stoempen en stoempen'. Gelukkig is het brandnetelgevoel van ons zitvlak langzaam verdwenen.
Toeval of niet : drie opeenvolgende dagen hebben wij relikten van befaamde persoonlijkheden mogen aanschouwen. Primo in Véselay waar een stukje sleutelbeen van ... Maria Magdelena wordt tentoongesteld,
secundo in Nevers waar het lichaam van Bernadette de Souberon (Lourdes) in een soort serre ligt opgebaard en tertio in Neuvy-Saint Sépulchre  waar twee bloeddruppels van Jesus  calvarietocht worden bewaard.
Een beetje veel van het goede als je het ons vraagt : telkens een gemengd gevoel van verwondering en twijfel over de historische juistheid van deze relikten. Zeker het aanschouwen van Bernadette maakte indruk :
als zelfs een praatvaar zoals Jean-Pierre er stil van wordt ...

Tijdens onze dertien dagen is er toch een soort van 'huishoudelijk reglement' in onze dagelijkse routine binnen gedrongen.
Door de afwezigheid van onze dames was deze orde in de chaos snel beklonken. Samengevat : fietzakken bij aankomst dumpen, kledij afspoelen en droog in ene fietszal proppen, tent opstellen, culinair koken
(de choucroute komt ons nu al stilaan onze strot uit), bij vertrek tent afbreken en als belangrijkste regel : niets vergeten.

De nachtrust verloopt meestal vrij goed. Jean-Pierre heeft zijn snurkrepertoire reeds opgebruikt en hij slaap elke avond als een dotje. Albert woelt wat meer tijdens de nach :
ofwel is er de nachtegaal en merel die zomer/wintertijd door elkaar halen, ofwel fluit de uil enkele uren ofwel hebben onze tentburen last van hun hormonenspiegel.

Jean-Pierre verwerkt de dagelijkse trips met optimisme en permanente melkzuurvorming. Toch chapeau voor de vijfenzestig jarige fietsfanaat (ga er zelf maar eens aan staan).
Toch moeten we oppassen op de benen niet echt te forceren : elke dag een serieus hapje Voeren of Ardennen. Gelukkig is de beloning van het natuurschoon groot : golvende velden, beboste heuvelruggen, mooie valleien, enz..
Albert heeft ondertussen ook leren stoempen met de grotere molen. Hopelijk wreekt zich dat niet tijdens week drie, vier of vijf.

Volgende vrijdag komen wij  in de buurt van Cahors waar de schoonzus van Albert woont : het vooruitzicht om na negen opeenvolgende fietsdagen ons stalen ros eventjes rust te gunnen is heerlijk. Alhoewel
alles tot op heden vlot verliep zijn we dan weer eventjes verlost van die rottent en dat slaapmatje. Wat kan kamperend rondtrekken toch zalig zijn !

Och ja, ook nog dit : de beide heren missen toch wel wat hun respectievelijke vrouwtjes.
Wat gaat dat geven bij onze thuiskomst ?

That's all folks,

Groeten van twee, steeds schralender wordende pelgrimfietsers,

Tot volgende week,

Jean-Pierre en Albert

Route

 

 

Nieuwe verschijning in Lourdes

 

 

Woensdag, 13 juni, Lourdes
 
Hello folks !
 
Na 1670 kilometers zijn we morgen aan een nieuwe rustdag toe. Frankrijk doorkruisen van noord-oost naar zuid-west is een unieke ervaring. Het dagelijks panorama blijft schitterend al missen we wel de zalige Limburgse 'vlakke wegen'. Het blijft stoempen, stoempen en nog een stoempen. we streelden de uitlopers en tenen van het Centraal Massief en we hebben het geweten.
 
De zonnegoden zijn blijkbaar met verlof , 'adieu soleil, bonjour tristesse'. Ongelooflijk hoe de klimatologische omstandigheden onze dagelijkse activiteiten beïnvloeden. Mist, wind en stortbuien leidden onze aandacht af van de mooie plekjes die wij passeerden.
Zelfs de frisse aroma van de natte velden en bossen liet ons koud : het werden enkele dagen waarbij onze aandacht vooral ging naar de af te leggen kilometers en de natte staat van het wegdek. Maar hoop doet leven : de volgende dagen is het zonnetje weer van de partij.
 
Een aloude pelgrimswijsheid zegt dat het doel niet het belangrijkste is maar wel de weg naar het doel. Waarschijnlijk een waarheid als een koe. Tijdens de voorbije drie weken hebben wioj het genoegen gehad om een aantal heerlijke figuren te ontmoeten. In plaats van jullie te vervelen met de lange lijst van bezochte oude kerken en gebouwen (we lijden stilaan aan een vorm van églisisme') een greepje uit de kleurrijke verzameling van pelgrimsgangers :
 
In Clermont (voorbij Oud-Limburg) werden we aangesproken door Patrick ; een soort van zelfverklaarde minister van Sint-Jacob wiens lange dagen erin bestonden om alle passerende pelgrimmers te voorzien van water en een zelfgemaakte stempel.
 
In Oud-Limburg beleefden wij onze eerste 'openbaring' of 'verwondering' : een nederlands koppel dat ons spontaan een biertje trakteerde. Nooit eerder meegemaakt : jullie wel ?
 
In Auxerre hadden we de ongelukkige reflex om wat uitleg te vragen aan een stoelganger in de kathedraal : het leek een theoploog te zijn die ons enkele uurtjes onderhield met uitleg over de loodramen, de kerkhiërarchie 'van misdienaar tot paus) alsmede de ranking van kapel tot kathedraal. Gelijktijdig saai en boeiend. Uiteindelijk toch kunnen ontsnappen.
 
In Châlon-sur-Meuse leerden we kees kennen , een nederlander uit Curacao. De 74 jarige man had de voorbije drie jaren zijn echtgenote en twee kinderen verloren aan hersontumors. Op aanraden van zijn arts begon hij te fietsen en was hij vanuit Amsterdam op weg naar Rome. Hij had iets meer dan ... 30 kg bagage ! Niet moeilijk als je zelfs een plooistoeltje op je fiets meezuilt.
 
In Noord-Frankrijk (Varenne en Aronne) sloegen wij een praatje met Tou en zijn vrouw Maria. De man was op 1 april vertrokken naar SdC. Hij was nu op de terugweg en vatte zijn ganse reis samen als 'een grote ellende' : regen, hagel, wind en sneeuw teisterden zijn tentje de ganse heenreis  ... Om hem te troosten was zijn vrouwtje hem tegemoet gevlogen (Biaritz) en fietsten ze samen naar huis.
 
In Grand Bourg dronken we s'avonds enkele pintjes in een plaatselijke bistro waar de waard nog zatter was dan een zatte vod. terwijl zijn klanten rustig aan de toog hingen zat hij letterlijk te slapen op zijn stoeltje achter de toog.  Ook dat is het rurale Frankrijk.
 
In Nevers ontmoette we twee canadezen (55-plussers) die met de fiets op weg waren van St-Nazaire aan de Atlantische kust naar ... de Zwarte Zee : 5000 kilometers langs de Donau. De afstand schrikte hen niet af : want zachtjes dalend met meestal een rugwindje. je moet het toch maar doen (en hoe kom je op zulk idee) !
 
Eergisteren vielen we (figuurlijk hé) op een frisse Duitse uit Stuttgart : prille veertiger, lang zwart haar, hoog indianen gehalte, lekker figuur en veel uitstraling. Er zijn zo momenten waarop je je partner wilt dumpen en inruilen voor zulke verschijningen. Maar ja, zoiets doet men niet hé.
 
Ook gisteren kwamen we een 65-plusser tegen die met de fiets naar huis pellede na een rondreis in Marokko, Portugal en Spanje. ja, wat stelt dan nog een tripje naar SdC voor ?
 
In La Souterraine sprak een erg eenvoudige dame ons spontaan aan tijdens het verorberen van ons baguetje met kaas en salami. Zij vroeg waar we naartoe gingen en begreep maar niet waarom wij dat niet met de auto deden ... Om het op zijn frans te zeggen 'elle n'était pas complète'.
 
Verder nog 80-jarige Kees in Bihais, de Antwerpenaar op zijn ligfiets, de twee jeugdige Walen op hun electrische (!) fiets, de Australiers die kennis maakten met twee Hollanders en samen verder reden, de pelgrims squaw met haar ponche en hondje, de Tessenderlo-fietsers, Mémé en Paul (stoere negentigers) waar we overnachten en het gazon afdeden, enz.. enz..   Een mooi lijstje met ervaringen die onze reis meer dan waard maken.
 
Alvorens in Lourdes aan te komen hebben we deze middag een bezoekje gebracht aan Christian Leduc, een oud wielrenner van de Van Looy en Merckx generatie. Hij kende jean-Pierre nog van bijna dertig jaar geleden. We vonden zijn thuisadres en besloten hem even 'gedag' te gaan zeggen. Dit ommetje eindigde in apéro, ham, sardientjes, tomaten, wijn, pasta, biefstuk, kip, koffie en armagnac. de laatste twaalf kilometers naar Lourdes waren gelukkig licht hellend naar beneden ...
 
Veel kleurrijke figuren maar tevens ook verbaas zijn over de leegheid van het Franse platteland : eindeloze dorpjes met veel leegstaande huizen en af en toe mooi gerenoveerde woningen van stadsmensen. Zaterdag, zondag of weekdag : niemand te zien. de enige aandacht die wij kregen was deze van de mooie lichtbruine koeien die ons aangaapten alsof we rasgenoten waren.
 
Allée, 't is genoeg voor vandaag want we moeten nog naar het centrum van Lourdes.
Wat we daar gaan doen : meestappen in de 'avé-avé-avé maria'-processie. Echt waar !
 
Tot volgende week,
 
Jean-Pierre en Albert

Route

 

 

Dos cervessas por favor

 

 

Bilbao, 19 juni, 07uur29
 
 
'Buenos dias'  thuisfront !
 
De Spaanse (Baskische kust) doet zijn naam alle eer aan . De Costa Verde is inderdaad erg groen en we ondervinden nu aan den lijve hoe dat komt. De heuvels rond Bilboa Centro liggen slaperig in een miezerig bedje van wolken en mist. Na onze doortocht in Lourdes ( zie verslag week drie) is het zomerzonnetje een viertal dagen met ons meegereisd. Ons Bernadetteke heeft blijkbaar onze smeekbede voor beter weer aanhoord en bediende ons op onze wenken. Dus Hasselaren : weg met de Clarissen en hun weer-eieren (eet ze voortaan zelf op), lang leve het kaarsje voor Bernadette gisteren ! Maandagmorgen is het echter opnieuw onaangenaam fietsweer geworden : de Baskische kust zien we nog wel maar de heuveltoppen niet meer ...  waarschijnlijk is ons boegieke in Lourdes uitgedoofd.
 
De voorbije zomdag hebben we La douce France verlaten. Van het Franse Hendaye naar het Spaanse (oei, verkeerd woordgebruik) Irun is amper enkele minuten . Men steekt de Pont de Saint-Jacques over (what's in a name ?) en komt in een erg verschillend land terecht. Het 'bon courage' en 'bonjour' is vervangen door het onvermijdelijke 'ola' en vooral 'bon camino'.  In tegenstelling tot bij onze zuiderburen viel het onmiddellijk op dat de Basken buitenmensen zijn : zij komen de deur uit, bevolken terrasjes en vormen een kwetterende bende terwijl onze passage in Frankrijk dikwijls leek op een dode mus : tientallen keren vroegen wij ons in de Franse dorpjes : waar zijn al de citoyens ? 
 
Wat OOk direkt opvalt is de enorme fierheid van de Basken voor hun eigen identiteit, taal en gewoontes ! In het lager en middelbaar onderwijs wordt in eerste instantie onderwezen in hun eigen taal en komt het Spaans pas op de tweede plaats. Onderweg zijn alle aanduidingen tweetalig en ik verzeker U dat dat Baskisch voor ons zeer moeilijk leesbaar is en al helemaal niet te onthouden. Opmerkelijk is tevens dat de katholieke spirit hier nog veel lqnger is blijven hangen (het is niet toevallig dat de noord-west hoek van het Iberisch schiereiland het enige deel is dat nooit in handen is gevallen van Moren en andere groepen). Een voorbeeldje : de kerken werden hier veelal gebouwd met een enorme houten hoogzaal (in voetbaltermen zou men kunnen zeggen 'loges'). Dit verhoogde deel was enkel bestemd voor de mannen, de vrouwen dienden op het gelijkvloers te blijven. Tot in de tachtiger jaren bleeft dit gebruik levendig. In een dorpje bevestigde de lokale waard(in)  ons dat hun pastoor de zondagse Heilige Mis gewoon onderbrak als hij merkte dat er een vent of vrouw op de verkeerde plaats aanwezig was ....  Nu we toch even over kerken spreken : elke dag worden we verrast door de weelderige retabels in piepkleine dorpkerkjes : enorme muurgrote barokke beelden en sculptures overvallen u letterlijk als je binnenstapt (het aantal geklasseerde monumentos is dan ook niet te tellen). Een type voorbeeld hiervan is de hoofdkerk in Saint-Jean de Luz in Franse Baskenland. Het is trouwens in deze kerk dat DE fameuze Lodewijk XIV in het huwelijk trad met de dochter van de Spaanse Koning om alzo een einde te maken aan de Dertigjarige Oorlog tussen beide landen (als ik de afvbeelding van de dochter zie zal hij volgens mij ook wel andere redenen hhebben gehad ...).
 
Jean-Pierre heeft zichzelf ook wel wat 'in the picture' gezet : dat komt ervan als je (fier) rondfietst in een truitje van Hogar Espagnol , zijn fietsclub uit Houthalen. De Basken vermoeden waarschijnlijk dat hij met zijn bruin tintje en Dali moustache een land(streek)genoot is. Waar den Jempie echter niet aan gedacht heeft is dat bij elke halte die we inlassen hij wordt aangesproken .... en ik merk dan dat hij veeeel meer tanden in zijn mond heeft dan Spaanse woordjes ! Hij schakelt dan 'de noodlijn Albert' in maar die komt ook niet veel verder dan ' olee, kwanta kostas, patisseria, enz....  gelukkig hebben we in Vlaanderen nog ene Waes zodat het allerbelangrijkste toch kan worden duidelijk gemaakt : dos cervecos por favor !
 
Och ja , nog wat over het fietsen zelf.  Onze liefde voor Jacques Brels platte land neemt gaanderwegen toe. De hellingen (stilaan kolletjes) vormen elke dag een pikant sausje over ons  fietsmenu met als extra toetje de beklimming van de Jaizkubel voor de wielerliefhebbers best bekend uit de finale van de San Sebastian Classic. Er waren nog andere klimmers maar wij waren zowat de enigen die het in hun hoofd haalden om vijf fietszakken mee naar boven te sleuren : je zag de anderen hardop denken 'waar zij die gasten in godsnaam mee bezig ? (en om eerlijk te zijn dacht ik dat soms ook). Enfin, ook deze inspanning hebben we goed overleefd. Het is nu dinsdagmorgen, 19 juni, en we hebben reeds 2035 km afgepeddeld . nog een zevenhonderdtal te fietsen (totaal afstand valt toch een stuk verder uit dan gepland maar we halen het wel zonder te moeten rushen)
 
Er zijn nog heel wat dingen te melden (ontbijt op het strand, zonsondergangen, kontakten met rare individuen, enz) maar het ontbijtbuffet sluit binnen een tiental minuten en dat willen we niet missen,
 
tot volgende week,
 
 
Albert en Jean-Pierre

Route

 

 

Finish in zicht

 

 

Dag 35
Aviles, Asturié
Maandag 25 juni, 14u30
 
 
Hello thuisblijvers,
 
 
De zon is al enkele dagen terug goedgeluimd . ze legt een goudgeel dekentje over het groene Asturië. Het lijkt wel als of we in de Jura of het Lechttal fietsen maar dan gecombineerd met een aroma van zeelucht en Atlantische wind. 
 
Het fietsen blijft gekenmerkt door stijgen en dalen. Aan onze rechterkans blijven we de voeten van het Cantabrische gebergte strelen terwijl aan onze linkerkant een soms ontstuimige zee haar wil lijkt op te dringen aan de rotsige kust. iedereen die met het fietsen vertrouwd is weet wel dat na elke heuvel er een afdaling komt maar in praktijk 'voelt' dit niet zo aan. de afdalingen zijn zalig maar duren amper enkele minuten (35-50 km per uur) terwijl het klimmem mimstens vijfmaal zo lang duurt (8-11 km per uur). Maar ja : geen geklaag want we worden elke dag wel verwend door het mooie van moeder natuur. Bovendien wisten beide grijsaards voor de start dat de Camino del Northe wel eens wordt oñgedoopt tot de Camino del Morte. Nu weten we dus waarom !
 
Na onze doortocht in Lourdes verliepen de dag-etappes vlotter dan verwacht waardoor we veel tijdwinst hebben gemaakt. Tijdens een terrasje voor de ingang van het Guggenheim museum in Bilboa drong het besef tot ons door dat we wel eens enkele dagen te snel in Santiago zouden kunnen arriveren ...  In een kuststadje (Ribadesella) tussen Santander en Gijon werden we vereerd door het familiebezoek van Joke Casa, een spaanse vriend van Jempie die al jaren in deze streek woont.  Hij overtuigde ons om enkele omwegentjes te plannen waarvan we later zeker geen spijt zouden krijgen. Dus fietsten we land-inwaards naar Cangas de Onis (Covadonga)  en naar de stad Oviedo.
 
Covadonga is een bedevaartsoord dat ligt op de grens van het oudste nationaal park van Spanje (1911) , met name het nationaal Park van de Picos de Europa. Dit oord dankt zijn faam aan ene Pelayo, die de lokale troepen aanvoerde tegen de invasie van de Moren. Dankzij Pelayo bleeft dit noordelijk deel van het Iberisch schiereiland gespaard van de wreedheden der Zuiderlingen. pelayo werd dan ook de eerste koning van Asturië, het latere Galicië. Toch wat raar om voet te wetten op deze plaats waar een stukje van de Spaanse geschiedenis werd geschreven. Als toetje kregen we een colletje van 11 kilometers voor de wielen geschoven ...
 
De volgende dag pedaalden we 75 km verder naar Oviedo, een belangrijke pelgrimsstad. Hier werden we echt geconfronteerd met het zuidelijke levensritme. We kuierden om 11u30 door de smalle steegjes van het oude stadscentrum, je kon er letterlijk over de koppen lopen van allerlei mensjes. Nog geen twee uren later waren dezelfde steegjes bijna beangstigend stil : zelfs een muis zou er zich storen aan de leegheid. Dit is waarschijnlijk de zo genoemde en satirisch beschreven zuidelijke 'siësta'. Onze camino heeft blijkbaar zijn werk nog niet afgerond want we begonnen ons te enerveren over dit tijdsverlies. Onthaasting is een edel woord maar niet eenvoudig in praktijk te brengen ... Enfin, ons bezoek aan Oviedo was de ñoeite waard : vooral de kathedraal puilt uit van prachtige sculptures en beelden. Een 'must' op weg naar Santiago. Een befaamde Spaanse dichter schreef ooit : 'wie enkel Santiago bezoekt en niet Oviedo vindt wel de knecht maar niet de Schepper'. Mede daarom deden bekende Spaane koningen pelgrimstochten vaan Oviedo i.pl.v Santiago.
 
Enkele kleinigheden die ons tevens opvielen sedert onze tocht langs de Costa Verde .
- bijna alle huisjes in de dorpen hebben een groentetuintje waar menig Belgische tuinder de vingers zou van aflikken,
- ook de oude graanschuurtjes worden nog in ere gehouden : het zijn een soort van houten tuinhuisjes die op vier tweemeter hoge palen worden gebouwd en waarop telkens een ronde steen ligt om te beletten dat het ongedierte er zich kan nestelen (ook gezien in de Alpen),
- de voorzichtigheid van de plaatselijke chauffeurs bij het inhalen van de fietsers,
- de vriendelijkheid (en vooral nieuwsgierigheid) van de Spaanse burgers voor de toch wel zwaar beladen tweewielers:  je ziet ze soms in groepjes hun deskundig advies geven over onze fietsen .
- de praktiserende gelovigen in de kerk : hier wordt er nog meegezongen, geknield, te biechten gegaan, enz...
 
En hoe zit het met de beide pelgrims ?
Het 'brothership Jean-Pierre and Albert' scoort nog steeds erg goed. We kijken nu bijna vijf weken op elkanders lip maar houden het vooralsnog erg netjes (vooral figuurlijk). Toch dient de waarheid mij te zeggen dat ik enkele dagen de spontane glimlach en de pretoogjes van Jempie in mimdere mate heb mogen aanschouwen: Was het de vermoeidheid ? De heimwee naar het thuisfront ? De mistroostige weersomstandigheden ? Of mijn opdringerigheid ?  Jempie, intussen alweer hersteld in al zijn optimisme en glorie, stelde mij echter gerust : een beetje van alle elementen maar dat hoorde er volgens hem bij om een echte 'aflaat' te verdienen in Santiago. 
 
Wat staat er ons nog te wachten ?
Na 2530 gepeddelde kilometers komt onze eindbestemming in het zicht : nog een kleine 350 km te fietsen. gezien de beschikbare tijd wordt het 'minder fietsen en (nog) meer genieten '. De volgende dagen gaan we de Noordelijke route verder blijven volgen. We laten de Camino Primotivo liggen voor wat het is (ook risico van mistige bergtoppen en klamme fietshanden).
Aankomst is Santiago is gepland op maandag 2 juni. We zien wel.
 
En ja, we hebben weer venkele kleurrijke figuren ontmoet . weliswaar minder dan verwacht maar toch ...  Twee personen willen we U niet onthouden :
- een soort patersfiguur in lange pij met in de ene hand een twee meterlange stok met allerlei gekleurde tierlantijntjes en aan de andere hand een karretje met veel rare attributen : als men zich niet op de Camino weg bevond zou hij wellicht zo van straat worden geplukt door de Policia Local,
- een Duitse jonge dame die gans alleen op pad was met als enig gezelschap een vier maanden jonge baby die blijkbaar weinig last ondervond van mama's gestap, hij glimlachte tegen iedereen vanuit de buikdraagzak van mama ...

 


Geen thuiskomst voor onze pelgrims.

 

De ontberingen en fysieke inspanningen van de laatste weken eisen hun tol. Door de krachtinspanningen en de weeromstandigheden gedurende de voorbije fietstocht is hun uiterlijk aangetast. Het gebrek aan douchemogelijkheden een defect scheerapparaat heeft het probleem nog vergroot.

Bij aankomst bij de pascontrole in de luchthaven ontstond er enig tumult omdat een gelijkenis met hun paspoort ver te zoeken was. De spanningen liepen hoog op hierdoor moest de plaatselijke carabinieri tussen komen. Bijkomend was natuurlijk dat de omstaanders klagen over geurhinder maar dat is natuurlijk altijd subjectief.

Uiteindelijk werd een compromis bekomen dat onze pelgrims een bijkomende week in Spanje verblijven om fysiek aan te sterken, hun haargroei te beperken en nieuwe kledij aan te kopen.

Volgende week weten we meer.

 

 

This is it

 

 

Maandag 2 juli,
Praza de Obredoiro, Santiago de Compostela
 
Beste thuisblijvers,
 
Na een beeldig traject via o.a. Maastricht, Orval, Troyes, Vézelay, Nevers, Cahors, Lourdes, Hendaye (Spaanse grens), Bilbao, San Sebastian, Oviedo, Covadonga, Aviles, Ribadeo en Lugo hebben we na 2901 kilometertjes het genoegen mogen smaken om de poorten van de kathedraal van Santiago de Compostela te kunnen aanschouwen. Voor de ingewijden onder jullie : we trotseerden een groot stuk van de 'Oude pelgrimswegen-route' en de 'Camino del Norte', een stukje van de Camino Primitivo en de laatste 9O kilometers van de Camino Frances.
 
De wet van de schaarste. Naarmate we ons einddoel naderden ervaarden wij dat de buitenwereld 'anders' begon aan te kijken tegen de beide 'bicigrinos' (het Spaanse woord voor fietsende pelgrims). Onze doortocht in Belgenland en bij onze Zuiderburen werd veelal onthaald op een mengeling van nieuwsgierigheid, verbazing en verwondering. Naarmate wij Santiago naderden steeg ook het gevoel van onverschilligheid evenredig met het toenemende aantal (vooral wandelende) pelgrimmers. In Santiago was het erg prettig om bekende gezichten van 'onderweg' terug te treffen maar we konden ons toch niet van de indruk ontdoen dat de plaatselijke bevolking deze rare stroom van tweevoeters voornamelijk is gaan beschouwen als consumenten.
 
Tijdens de fietsdagen van onze laatste week sloop er een luierig gevoel in ons lijf én onze geest : het 'moest' zonodig niet meer (tijd zat) waardoor onze gedrevenheid om het einddoel te behalen toch wat aan gezwindheid inleverde ! En ja, wat gebeurt er dan ? Zelfs een pelgrimmer krijgt dan wel eens méér dorst dan vochttekort en de terrasjes, of cervezas, volgden elkaar in vlotter tempo op. Geen uiting van soberheid en bezinning maar wel heerlijk en plezant. Helaas, driemaal helaas ... wie zijn gat verbrand moet op de blaren zitten. Met een aan de absolute zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen wij beiden bevestigen dat de Spaanse Turista geen fabeltje is maar wel degelijk haar sporen ..(geen verder commentaar) heeft achtergelaten.  By the way : in heel wat Spaanse gerechten worden eieren verwerkt maar zowel in Baskenland, Galicia, Asturia en Galicea hebben we geen kip gezien (behalve een stomkieken maar dat was een jeugdige auto'mis'bruiker).
 
Hebben jullie thuis bij het wakkerworden als een aandacht gehad voor de geluiden die de ochtendstilte doorbreken (storen) ?  Het was voor mij (jempie lag meestal wat langer in dromenland) alleszins verfrissend het morgenconcent van de vogels te mogen aanhoren zonder storend autogeruis op de achtergrond. De merel had meestal het hoogste woord ondersteund door een koortje putters en mezen. Enkel de kraaien piepten er doorheen als een kras op een oude vinylspeelplaat. Spijtig waren er de laatste week tevens enkel luidruchtige nachten : de Albuergue in Lugo met zijn kakofonie van snurkende collega's, de overwinningsroes van de Spanjaarden na de EK-zege en de feestelijkheden voor ene San pedro in Portomarin.
 
Een opsomming maken van bezienswaardigheden is onbegonnen werk. Toch waren wij aangenaam verrast door het stadje Lugo omwille van zijn kathedraal en zijn stadswallen.
De hoofdkerk bezit een prachtige retabels (meters hoog) en verrassende scheidingsmuren : ondanks veel kerkbezoekjes bleef dit meesterwerk echt op onze printplaat gegroefd. Ook de stadswallen (2,4 kilometer lang, cirkelvormig, 7 meter breed, 8-12 meter hoog) en daterend uit de periode 230-300 NC behoren niet voor niets tot het UNESCO werelderfgoed.
 
En hebben wij, Jean-Pierre en Albert, elkaar wat beter leren kennen tijdens dit gezameijk avontuur ?  Het antwoord is wellicht positief. Zoals de graad van perfectionering evenredig is met de aandacht voor de details zo  leert men elkaar beter kennen aan de kleine dingetjes die zich afspelen tussen het ochtendgloren en de avondschemering. Wat dat in ons geval exact betekende ... blijft bestemd voor beperkte kring.
 
Als we de film van onze fietstocht terugdraaien dat hebben we  de Santiago-gangers ontmoet die samen een allegaartje vormen van jong en oud, dik en dun,  mooi en grijs , mannen en vrouwen, koppels, groepjes of eenlingen, ja ook excentrieke geklede figuren (zie vorig verslag). Ieder met zijn eigen motivatie, redenen, routes. Wat ons recht in onze ziel priemde waren de spontane verhalen van enkele figuren die getroffen werden of worden door dramatische levenservaringen (ziekte, verlies familie).  
 
Slechte herinneringen ? Ja, maar gelukkig maar ééntje. In Melide, een stadje op 50 km van Santiago stond de kerkdeur open en zagen we een tafeltje om onze credential te laten stempelen. Omdat de zondagsdienst bezig was besloten we te wachten tot na de Heilige Mis. Vanop een terrasje langs de kerk hielden we de kerkgangers in het oog. Na de mis wilden we ons boekje laten stempelen maar de pastoor had juist de deur achter zich gesloten. Ondanks onze uitleg en ons aandringen weigerde hij om de kerkdeur terug te openen voor een stempeltje !! Het lijkt een detail maar op dat ogenblik was het voor ons beiden een schokkende ervaring. Een pastoor die weigerde dertig seconden vrij te maken om pelgrimmers die 2800 km hadden afgelegd te ontvangen in zijn 'huis'.  Waarschijnlijk een avondje met de duivel op stap geweest.
 
En Santiago zelf ? 
Het aanschouwen van de kathedraal (binnen én buiten), pilaarbijter of niet, laat een voetprint achter op onze hersencellen: op een kerkbankje in gedachten wegzinken, het aanschouwen van de crypte van Sint Jacobus, de omhelzing van het borstbeeld boven het hoofdaltaar, de geluiden van de Gregoriaanse gezangen .. allemaal merkpunten die 'wel wat met een mens doen'. Ook wij beiden werden er erg stil van.
 
Wat betekende de laatste zes weken voor onszelf ? Was het vooral een avontuurlijke belevenis ? Werd het uiteindelijk een religieuse en/of spirituele ervaring ? Een sportieve en fysieke uitdaging ? Natuur ? geschiedenis en cultuur ? Of ging het voornamelijk om de sociale kontakten ?
Moeilijk te omschrijven : waarschijnlijk een gebak met enkele stukje taart uit elk van deze aspecten. Het fietsen door de rustgevende natuur schonk ons aandacht voor onthaasting, deed ons wat afstand nemen van  (onnodige) welvaartsprodukten, deed ons de dagelijkde huisroutine wat in vraag stelling en vooral ... deed ons beseffen dat er nog heel wat mensen zijn die spontaan bereid zijn uit hun cocooning te treden om onbekenden toe te laten binnen hun persoonlijke levenssfeer.
 
Alles heeft een begin en een einde : alfa en omega.
Maar zoals een onbekende maar nobele pelgrimmer het omschreef : de tocht begint pas echt wanneer met Sint-Jacobus heeft omhelst, m.a.w. wat doet men er mee in zijn verder leven ?
 
Zo : "This is (was) it" (befaamde uitspraak van een peudo vedette uit het begin van deze eeuw).
 
Dit was ons laatste reisverslagje.
Met plezier hebben we wekelijks dit digitaal venstertje geopend.
Wij hopen dat jullie op deze wijze een beetje hebben kunnen meegenieten van het voorrecht dat we beiden mochten beleven.
 
 
Jean-Pierre en Albert